blogs

   Dierenleed.

Er gebeurt hier in huize Zoeteman altijd wel iets geks. Ik trok mijn keukenla open, staarde ik naar een muis die heel ontspannen op mijn pak pannenkoekenmix zat. Ik ben niet bang van muizen, maar dit vond ik toch wel een onaangename verrassing. Het beestje bleef gewoon zitten. Ik wist niet beters te doen dan Lady, onze kat erbij zetten. Vervolgens staarde Lady heel ongeïnteresseerd naar de muis en deed niets. Ik: ‘Lady doe iets!’ Maar nee, muis bleef rustig zitten en Lady bleef rustig staren.
Toen kwam Doerak, onze hond erbij. Het is een jachthond en dat liet hij blijken. Hij werd helemaal wild toen hij de muis zag. Met die grote, hijgende hondenkop boven hem, werd het de muis te machtig. De muis sprong in mijn la, tussen de pakken muesli en de hagelslag in. Daarna  met een enorme boog weer uit de la, maakte een sprint over de keukenvloer en kwam in de buurt van de deur. Snel deed ik de deur open. Muis rende naar buiten en Doerak erachter aan. Die vond het een geweldig leuk spelletje. Ik niet. Uiteindelijk kwam de muis in Doeraks bek terecht en aangezien het niet tegen honden tanden bestand was, legde hij snel het loodje. Ik wilde Doerak naar binnen nemen, maar meneer pakte snel de dode muis om er binnen mee verder te spelen. Ik; ‘Doerak los.’ Met moeite liet hij zijn prooi los en eenmaal binnen bleef hij voor de deur mij bedelend aanstaren. Al kon hij zijn ogen nog zo goed op de smeekstand zetten, ik gaf geen haarbreed toe.
Uiteindelijk gaf hij het op en ging met een diepe zucht op zijn kussen liggen. Toen ik daarna bij zat te komen op de bank, hoorde ik in de verte ‘miauw’.
Ik ging kijken, trok de keukenla open en Lady kwam tevoorschijn.
Door alle consternatie had ik haar opgesloten.
Nou ja, ik wist wat ik daarna kon gaan doen… aan de slag met emmer, doek en schoonmaakmiddel.

Later zat ik er nog eens over na te denken. Wreed dat dieren elkaar pijn doen… opeten… Wreed wat er allemaal in de wereld gebeurt. Ik moet denken aan de oorzaak van dit alles. Het is terug te vinden in het Paradijs waar het ooit goed en volmaakt begon. De mens zelf heeft er een dikke streep door gehaald. De zonde was in de wereld gekomen met alle gevolgen van dien. Gelukkig is hier het laatste woord niet over gevallen. Want midden in deze wereld is een kruis gezet. Op Golgotha. Daardoor heeft God opnieuw een weg gebaand naar de volmaaktheid. Er zal een nieuwe hemel en een nieuwe aarde komen, waar alles goed en mooi zal zijn. Geen pijn, geen ziekte of tranen, geen wreedheid.

Hij wil er wél om gevraagd zijn. En hij vraagt geloof. Dat gaat in een weg van zonde en genade. Geloven we dat?

 

 

Telefoon.

Mijn oma had telefoonvrees. Voor de duidelijkheid: mijn oma was geboren in 1910.
Mijn opa ook. Ze hebben grote ontwikkelingen doorgemaakt. Zo hebben ze de eerste auto door de straat zien rijden. Het hele dorp stond op zijn kop.
Een koelkast hadden ze niet. Ze bewaarden alle verse producten in de kelder.
Ze stookten kolen in de kachel. Als kind kon ik gefascineerd toekijken als mijn oma met een pook de bijna gedoofde kooltjes weer nieuw leven inblies, zodat ze weer felrood oplichtten.

Mijn opa en oma waren mensen van hun tijd. In onze ogen dus ouderwets. Ze konden moeilijk mee met de nieuwste ontwikkelingen.
Zo wilde mijn oma geen wasmachine. Ze deed de was in de teil, gebruikte sunlightzeep en had een wasplank.

Nu terug naar de telefoon. Omdat ze ouder werden werd hen aangeraden om telefoon te nemen. Altijd handig als ze iemand dringend nodig hadden.
De telefoon kwam. Het ding werd bekeken met de nodige argwaan. Mijn oma vond het maar niets om met iemand te praten die ze niet kon zien.
Toch moest ze er aan geloven. Op haar verjaardag werd ze door haar broer gebeld. Dat ging zo: ‘Ha Neeltje, met je broer Henk. Gefeliciteerd met je verjaardag.’
‘Ha Henk, dankjewel. Dag.’ Bám… de hoorn werd met een klap terug gelegd. Einde gesprek.
Broer Henk belde meteen terug, omdat hij nog lang niet klaar was met het gesprek.
Oma moest toen wel weer…

Naar de tijd van nu…
Mobieltjes zijn niet meer weg te denken. Bijna iedereen is gefocust op het kleine apparaat in hun handen. Thuis, op school, op het werk en zelfs op straat.
Zo zag ik pas voetgangers voor het rode stoplicht staan met hun ogen vastgezogen aan hun mobiel. Af en toe een snelle blik omhoog om te kijken of het stoplicht niet op groen was gesprongen. Nee? Dan snel weer verder op het kleine venster.
Mobieltjes zijn gevaarlijk in het verkeer. Dat weet iedereen. Het kost je zelfs een flinke boete wanneer je tijdens het rijden aan het bellen bent.
Een verslaving… jazeker.
Wat is belangrijk in het leven? Je mobiel? Of… je Bijbel?
Hoeveel tijd besteden wij aan onze mobiel en hoeveel tijd aan de Bijbel?
Wat is belangrijker? Tijd of eeuwigheid?

Iets om over na te denken…